Hoe werkt het NK schaken voor groepen 345?

Scholen doen mee als team
Het NK bepaalt welke school de beste schaakschool is in de middenbouw. Alle kinderen van een school spelen dus voor hun school. Weliswaar zijn er ook individuele prijzen te winnen, maar die hebben niet de betekenis van Nederlands Kampioenschap.

Scholen kunnen met maximaal 20 kinderen meedoen. In de teams mogen leerlingen deelnemen uit de groepen 1 tot en met groep 5. Er zijn geen reservespelers. Alle aanwezige spelers van een school doen mee.

We onderscheiden 3 teamklassementen:

  • Scholen met 15 – 20 kinderen: de beste 15 scores tellen mee voor het team
  • Scholen met 10-14 kinderen: de beste 10 scores tellen mee voor het team
  • Scholen met 1-9 kinderen: de beste 5 scores tellen mee voor het team

Een team komt maar voor één teamklassement in aanmerking . De grootte van het team bij aanvang van de dag, bepaalt in welk klassement het team scoort.

De kinderen schaken individueel voor hun school
De spelers van een school spelen individueel in aparte subgroepen tegen spelers van andere scholen uit dezelfde schoolgroep. Spelers van dezelfde school worden daarbij zo min mogelijk tegen elkaar ingedeeld.

Leerlingen uit groepen 1 en 2 worden bij leerlingen van groep 3 ingedeeld.

De punten van de kinderen tellen mee voor het team
Alle deelnemers scoren automatisch punten voor hun schoolteam ongeacht in welke subgroep ze spelen. Per partij verdelen we de volgende punten:

  • Winst = 3 punten
  • Remise = 2 punten
  • Verlies = 1 punt

Speeltempo / gebruik schaakklok / arbitrage na 30 minuten
Er wordt gespeeld met klok. Het speeltempo is 10 minuten per speler voor de gehele partij, voor elke zet wordt 10 seconden extra tijd toegevoegd.

Voor elke ronde is 30 minuten gereserveerd. Zijn partijen na de speeltijd van een ronde nog niet afgelopen, dan arbitreren we de partij. De partij wordt stilgelegd en de tafelleider telt de punten (waarde van de stukken) die nog op het bord staan. Heeft een kind 3 punten of meer voorsprong dan wint het de partij. Bij een verschil van 0, 1 of 2 punten eindigt de partij in een gelijkspel.
Als er net een stuk is geslagen, maar de tegenstander moet nog terugslaan, of als iemand schaakmat kan geven, stelt de tafelleider de neutrale vraag: ‘Wat is je volgende zet?’. Het antwoord mag de tafelleider meetellen in de arbitrage.

> Reglement